| |
|
Sinterklaas in 1a
Woensdag kwam de Sint op school. (Lars)
Ik was een beetje zenuwachtig, omdat ik niet wist wat er kwam. (Dries)
Alles klasjes brachten iets voor Sint en piet in de turnzaal. (Ibe)
Bij ons lied past een dansje. (Laura)
In het dansje moesten we liggen en doen alsof we sliepen. (Ibe)
De jongens van 5 en 6 kunnen mega goed jumpen. (Francis)
De 5e klas had ook een leuk dansje. (Milo)
Alles optredens waren mooi. (Elise)
De Sint wist dat Kerem mooie vliegers maakt,
hij mocht dat tonen aan de Sint (Dries)
We kregen eindelijk nieuwe ballen. Wat een pret! (Lars)
Lekker, lekker! Chocolade ventjes. (Milo)
Ik was eerst bij de Sint. Hij wist dat ik graag lach. (Max)
Het was jammer dat Sint en piet weer weg moesten. (Milo) |
|
|
 |
 |
|