» L1a Archief

bijna carnaval

Hoera! Dat is altijd leuk! We maken veel plezier op het feest.
Betül

Ik weet nog niet of ik kan komen, want ik ga ook naar de scouts op zondag.
Julie J

Een bloemenprinses, ja, dàt wil ik zijn.
Zoë

Ik heb een Spaans kleed en Spaanse schoenen met hakjes.
Norah

Ik heb daar ook een sjaal bij.
Julie M.

Ik heb daar helemaal niets van! (algemeen gelach!!)
Anton

Een vampier, dat wil ik worden.
Kobe W.

Ik heb een Mexicaanse hoed.
Viktor

Mama weet niet dat het zondag carnavalbal is.
Kobe D.

We moeten verkleed zijn, maar waarin?
Esmee

Mooi dat het wat donker is in de zaal en dan met de gekleurde lampjes.
Anton

Leuk dat je er ook bent juf!
Betül

En dan nog verkleed!
Norah

Juf verkoopt pannenkoeken met koffie. Dan ben jij een ober hé
Julie M.

Ik ben een prinses en kom met mama of papa, er is zeker weer prettige muziek!
Betül

Ik doe mijn sportkleren aan, mijn tenniskleren.
Julie J.

Net als Kim Clijsters. Zij won!
Julie M.

weekend

Zaterdagnacht sliep ik bij oma en opa, samen met mijn zusje. Elise is wat bang van hun poes.
Julie M.

We verloren met de voetbal, thuis 1-6.
Anton

Oei, da’s lang geleden, tegen wie speelden jullie dan wel?
Juf

Tegen de kannibalen! (Véél gelach) Tegen Balegem, dat zijn de kampioenen. Maar Messi Kunnen ze wel niet verslaan hoor!
Viktor

Kenan voetbalde ook met Sint- Denijs en ik ging kijken
Betül

Ik kwam jullie tegen, want we keken naar het lichtfestival. Daarna gingen we eten met vrienden van mijn broer.
Kobe W.

Papa zei: het is net Gentse Feesten!
Zoë

De belforttoren stond precies in brand. Op het grote gebouw op het plein zag je grappige mannetjes.
Julie J.

Mijn mama is erg ziek en ligt in bed. Ze vroeg zich af of de poetsvrouw wel mocht komen. Ik kreeg een nieuwe playstation, nummer 3
Viktor

Mijn broer speelt ook voetbal, in Drongen. Daarna gingen we frietjes eten, maar het duurde  heel lang. Want op vrijdag gaan heel wat mensen frietjes eten.
Esmee

In dreamland kocht ik poppetjes van pet- shop. Dit kon met een bon van mijn verjaardag. Thomas kocht het ziekenhuis en deed al zijn geld op.
Julie J.

Sinterklaas kwam op bezoek.

Ik vond het een leuk weekend, het weekend van de sint.
Esmee

Bij mama kreeg ik een echte gitaar, bij oma een blade, dierenbandjes kreeg ik ook en bij opa kreeg ik een wii
Kobe D.R.

Anton en ik hebben hetzelfde van playmobil. Ik speelde met het ridder kasteel, de draak en de mannetjes.
Kobe W.

Ik kreeg dierenbandjes en spiraaltjes. Dat is een magnetisch bord met kleine rolletjes. Je moet met een scherp potlood door de gaatjes draaien en dan krijg je een tekening.
Julie J

Er lag een briefje bij de pakjes op tafel. Daarop stond: ik heb ook nog een pakje ergens in Gent gelegd, maar dat is nog een verrassing.
Anton

Toen we naar oma reden zagen we sint en de pieten op straat wandelen, het was een reserve sint.
Quinten

Ik kreeg een poppenkast en speelde het verhaaltje van sneeuwwitje.
Betül

Basiel kreeg de nieuwe CD van Urbanus. Ik werkte aan mijn piratenschip van Lego. De dierenarts van Playmobil vind ik grappig.
Viktor

In de eerste klas.

Onze boekentas is helemaal anders dan in een kleuterklasje: groter en met kleppen. Ook een beetje zwaarder.
Kobe D.R.

Juf toont voor en schrijft veel aan bord.
Quinten

Nu moeten we veel meer werken
Julie

Maar we mogen op vrijdag wel spelen met lego, playmobil,…
Kobe W.

Ik vind het leuk in de eerste klas, omdat we heel veel leren rond woordjes. Taal doe ik graag.
Julie M.

Op de computer mogen we ook.
Kars

We kregen al veel stagiairs.
Viktor

Soms werken we met de grotere kinderen.
Kobe W.

Groetjes van ons. 1A

De herfst is terug in het land!

De herfst is terug in het land!
De juf vraagt aan de kinderen: “Aan wat kunnen we dit zien?”

De bladeren vallen van de bomen.
Kobe W

Het wordt kouder
Kobe D

We moeten ons warmer aankleden.
Anton

In het bos vind je paddenstoelen
Norah

We gaan meer warme dranken drinken (zoals soep, chocomelk, melk, thee).
Julie of Julie

Het wordt vroeger donker. De zon gaat vroeger slapen.
Zoë

We moeten onze klok een uur terug draaien.
Kars

Naar zee!

Op woensdag vertrokken we naar Nieuwpoort. Ik zat naast Louis op de bus. (Joren)
Met drie klasjes en veel juffen reden we naar de Barkentijn. (Roos)
De chauffeur hielp met de bagage. (Rosalie)
Aan mijn valies hing een vis met mijn naam erop. (Borjana)
Bij mij niet want ik vergat het. ( Cesar)
We gingen naar onze kamers op de eerste verdieping. We installeerden ons en mochten wat spelen. (Kobe)
Ik sliep boven Hanne in een stapelbed. (Borjana)
We sliepen met tien kinderen samen en het was er heel leuk. (Nida)
We bleven 2 nachtjes en 3 dagen (Roos)
We speelden heel veel op het strand. (Rosalie)
We zochten schelpjes. (Roos)
… en klommen heel hoog op het klimrek (Eliezer)…
Hoe weet jij dat? (Roos)
Ik zag het op de foto’s. (Eliezer)
De ijsjes waren reuze lekker, we aten er wel twee. (Rosalie)
Het eten was echt lekker, fish sticks, spaghetti, puree patatjes en ijsjes. (Yano)
Alexis mond was heel vuil van de spaghettisaus. (Rosalie)
Juf vertelde een verhaaltje voor het slapengaan. Op de pyjamafuif waren er zelfs eens chips. (Emily)
We dansten heel veel. Ik vond de fuif wel niet zo tof. (Magomed)
Ik zat op een rode gocart. Het ritje was prettig. (Kobe)
Het was niet zo’n mooi weer. Wat koud en regen, maar het waren wel 3 leuke dagen. (Nida)


Bijna naar zee!

Nog 5 keer slapen en we zijn weg! (Borjana)
We rijden dan met de bus naar zee, naar Nieuwpoort. (Kobe en Joren)
Vorig jaar was ik niet mee met juf Sandra, want toen zat ik nog niet in deze school. (Rosalie)
We doen zeker prettige dingen: met de gocart rijden (Emily)
We krijgen ook wel een ijsje (Roos)
Ik lust geen ijs! (Hanne)
De home staat op de dijk. Er zijn heel veel kamers en bedden. Ik slaap bij Farouk, want dat is mijn beste vriend. (Magomed)
Op het strand zal je ons vaak zien. (Joren)
Misschien wel eens in zee. (Eliezer)
Ik ken Nieuwpoort door mijn oma. De zee is zout en dat prikt in je ogen. (Hanne)
Ik hou niet van de zee, want ik wil niet nat zijn. (Borjana)
Het leukste is een ritje met de gocart, we doen dat op de dijk. (Rosalie)
We mogen dan met een zwembroekje in zee (Cesar)
De vis is een naamplaatje, dat moet ik nog aan mijn valies hangen. (Yano)
Juf zal veel foto’s trekken. ‘s Avonds gaan we… naar bed. (Roos)
Ik bedoel douchen en tanden poetsen… (Roos)
Ik slaap boven Louis. (Cesar)

Een druk én prettig weekend.

Dit weekend zat vol feestjes. Ik deed gisteren mijn eerste communie. Zaterdag was het schoolfeest
(Joren)
Het was heel, heel druk, maar wel tof!
(Rosalie)
Op het schoolfeest danste ik, maar nadien heb ik veel gespeeld.
(Magomed)
Ik at een ijsje en papa en mama kwamen kijken.
(Emily)
Mijn mama vond ons dansje dat we van Amber leerden heel leuk. Ze wou zelfs meedansen.
(Borjana)
Slaap lekker van Eva De Roovere leerden we van Berdien.
(Cesar)
Het was wel héél moeilijk.
(Kobe)
Na het dansen speelde ik in de speeltuin, want ik kon een nieuw trucje op de glijbaan.
(Rosalie)
Er was een springkasteel op mijn feestje. We huurden het, dat kost dan niet zoveel.
(Kobe)
Ik kreeg flesjes parfum en ook 6 lege flesjes. Zo kan ik nieuwe geurtjes maken.
(Rosalie)
Ik ging kijken naar de kerk want Manon nodigde mij uit om daarna samen te vieren in een cafeetje.
(Roos)
Er waren heel wat leuke pakjes op mijn communie. Zelfs een indianenband.
(Joren)
Mama was heel blij met mijn bloempot. Ze kocht mij ook wat. Wil je weten wat? Wel, een jeep met afstandsbediening.
(Eliezer)
Mijn mama vond mijn pot met de zonnebloem- pit ook heel mooi. Het is al een beetje gegroeid.
(Borjana)
Ik gaf ook een knutsel- poesje aan mama, voor mijn mama met pit zei ik ook een versje.
(Lunar)
Moederdag was leuk, oma was er ook. Ik speelde op mijn kamer.
(Nida)
Deze week ik een leuke, korte schoolweek. Woensdag begint het lang weekend al.
(Cesar)

naar de campagne

Vrijdag reden we met de bus naar Drongen. Daar is de kinderboerderij. (Joren)
De pauw deed zijn staart wijd open. Zijn veren zijn wondermooi. (Rosalie)
De boerin is de tante van Joren. Zij is tante Marianne. (Eliezer)
Wij mochten de konijntjes aaien. (Liana)
De kalkoen is grappig, want zijn neus wordt lang als er veel mensen rondom staan. Zijn neus wordt een trompetje als het rustig is (Rosalie)
Naar dieren kijken is prettig. (Nida)
De schaapjes verwachten lammetjes. Mama- schaap is een ooi. (Joren)
Bij onze boterhammetjes dronken we lekkere soep. (Joren)
Het varken is een slim dier. Rosa sprong op het hek en knorde. (Rosalie)
Na de middag moesten we werken. Ik moest de varkensstal uitmesten, dat was leuk maar het stonk een beetje. (Kobe)
De duiven mochten we voeren. (Roos)
Samen met Hanne en Borjana haalden we alles uit de stal. Lunar, Roos en Emily hielpen in de andere stal. (Liana)
Juf moest er heel hard om lachen. (Roos)
Ik gaf brood aan 2 eendjes. De andere eend pikte het uit de mand. (Eliezer)
Het kriebelde toen de schapen uit onze handjes aten. (Kobe)
Rosalie, Nida, Joren en ik ruimden de hokjes van de konijnen op. (Cesar)
Iedereen mocht op de pony. Dat was een heel leuk ritje. (Eliezer)
Juf Veerle trok veel foto’s (Mahomed)
Het waren er 183 (Cesar)
Soms kriebelde mijn buik een beetje. (Rosalie)

Carnavalbal

Meester Jelle draaide muziek op het carnavalbal (Cesar)
Het was heel leuk dansen daar. (Kobe)
De liedjes waren prettig. (Rosalie)
Ik was verkleed in Belle (Hanne)
Ik was een piraat en juf was wat bang. Maar ik ben een goeie piraat. (Yano)
Mama schminkte mij in een zombie. Ik deed alsof en Hanne liep hard weg tussen de mensen. (Lunar)
Juf was een opera zangeres. Zij was schattig met haar pruik. (Hanne)
De pruik was hoog. Dat was grappig zo. (Cesar)
Ik was verkleed in doornroosje. Samen met Borjana en Hanne speelden we “prinsesje” (Rosalie)
Onze juf won stiften voor de mooit verklede juf. Ze kreeg ook een pruik. (Hanne)
Ik was een zombie maar deed een ridderpak aan (Cesar)
Lunar was echt eng. Het bloed was net echt en velen waren bang. (Hanne)
We gooiden zeer veel confetti (Kobe)
Mijn mama verkocht pannenkoeken met bruine suiker. Het was een leuke middag, carnaval is een leuk feest. (Nida)