In K1B vertellen we aan elkaar wat onze papa’s doen van werk.
Ook weet juf Beatrijs graag hoe de papa’s zich verplaatsen naar hun werk.
Juf Beatrijs start het gesprek…
‘Mijn papa is architect, hij tekent benzinestations’. Zijn werk is ver weg van huis. Hij werkt soms thuis en als hij naar Rotterdam gaat, dan gebruikt hij de auto.
Elise:’In de bank met de auto naar de bank’.
Jules:’Mijn papa werkt soms dicht in Gent, en ook soms ver in Brussel. En dan gaat hij met de trein en dan met de roltrap naar boven. Ik ben al ne keer gaan kijken en mama was mee, dan moesten we Ralf halen en dan had ik geen tijd meer’.
Gabriël:’Werken, auto en treinen en fiets’.
Sieben:’Die gaat eventjes met de trein naar Brussel en dan werkt hij dan weer. Hij schopt daar over het hekken, hij probeert te schoppen’.
Juf:’Is jouw papa dan een voetballer’?
Sieben:’Ja, een echte goede voetballer hoor’.
Saïd:’Huis’.
Hanne:’Euhm werken, die werken in een huis en ik doe die van spelen’.
Rosan:’Op school, eten, in de zuid’.
Izoard:’Mijn papa werkt in Gent mooie huizen tekenen, zoals jouw papa juf Beatrijs. Hij gaat te voet’.
(jammer geen foto beschikbaar)
Thorben:’Weet het niet’.
(jammer geen foto beschikbaar)
Nicholas:’Euhm in een werk, papa gaat met de auto gaan werken en dan nog een keer gaan werken’.
Anton:’Naar school gaan werken’.
(jammer geen foto beschikbaar)
Çinar:’Papa niet werken, papa huis’.
Shohjahon:’Gaan werken en ze komt niet’.
Silke:’Die werkt thuis, haveren met de stenen’.
Léon:’Euhm met de trein naar de dieren.
Juf:’Werkt papa met dieren’?
Léon:’Ja, hij speelt er mee’.
Ilya:’Die werkt in mijn werk. Zij werkt euhm hij werkt hééél ver, hij doet dat in een zo’n ver weg land. Hij schrijft eten en nu is het alles.
Cesar:’Die werkt stoelen van werk’.
Joanna:’Ik weet het niet’.
Overige kinderen waren afwezig.
6 juni 2011








