DAGBOEK VAN EEN JUF OP HET PLATTELAND: NABESCHOUWING.

Het is nu zaterdag, thuis, in de zetel.

Gisteren heb ik al heel wat ouders gesproken, maar toch wil ik nog wat vertellen over onze laatste dag aan de Boerekreek.

Vrijdagmorgen, half acht, wij willen nog slapen!
Met deze woorden worden wij op veel kamers begroet. Maar na enig zacht aandringen lukt het wel de kindjes uit bed te krijgen. Stilaan komen alle valiezen onder het afdak te staan, sijpelen de sloebers de ontbijtruimte binnen. Smakelijk!
Om negen uur staan de sportmonitoren al te wachten, iedereen vertrekt naar de juiste locatie. De groep die gisteren mocht kajakken had het meest geluk met het weer. Vandaag is het heel wat frisser, meer wind ook, dat is dan weer goed voor onze zeilers. De pony’s worden van de weide gehaald, toch een paar kindjes met schrik, daar gaat de pony met het kindje wandelen in plaats van andersom. Met een beetje hulp komt alles in orde.
Voor mij is het tijd voor een evaluatie met de mensen van de Boerekreek. Het was een prachtige openluchtklas, zeker voor herhaling vatbaar! Ik bedank iedereen voor de goede communicatie, de verzorgde kamers, het lekkere eten, voor de knappe sportinitiatie, waar veiligheid voorop staat. Zelf vind ik het jammer vrij veel rugpijn te hebben, het stappen is moeilijk. Ik doe de verplaatsingen zoveel mogelijk met de fiets, dat is te doen. Een grote ”merci” ook aan mijn begeleiders : meester Dries, juf Lieselot en juf Fauve, zij hebben er alles aan gedaan om van deze openluchtklas een onvergetelijke gebeurtenis te maken.
Oei, daar zijn de kajakkers, verkleumd maar content. Rap onder de warme douche springen! Eén grote handdoek, wat shampoo en bodylotion is blijven liggen, zonder naam!!! Ik breng het maandag mee naar school.
Ik verschiet van de vorderingen van de ponyrijders, nooit gedacht dat turnoefeningen op de pony zouden kunnen, maar ja hoor, prima!
Na het middagmaal, bagage laden en weer terug naar Gent.
Er staan al ouders te wachten, het vertellen kan beginnen!

Juf Rita

DAGBOEK VAN EEN JUF OP HET PLATTELAND / DAG 3.

Goede morgen beste lezers allemaal, het is 9u40, de zon is hard bezig haar strijd tegen de mist te winnen, het belooft een prachtige dag te worden!

Goede nachtrust gehad, lekker ontbijt en nu sporten.
Ik heb uitzicht op de groep ponyrijders die al naarstig aan ’t poetsen zijn.
Straks neem ik de fiets naar zeilers en kajakkers.
Onze directeur heeft zijn goed fototoestel achtergelaten, dus we doen ons best om jullie weer een zonnige reportage te bezorgen.
Ik heb net de kamercontrole achter de rug en ’t was nog beter dan gisteren, heb heel wat tienen mogen uitdelen. Ik ben apetrots op jullie schatjes en geniet van al die blije gezichtjes. Straks volgt er nog meer dagboek, tot dan.

We zeggen en schrijven 19u30, bijna tijd voor onze fuif, maar eerst jullie sloebers aan het woord.

Berend : het is hier heel leuk.

Luca : ik dacht dat plattelandsklas niet leuk zou zijn, maar ’t is wel plezant.

Dario : ik vind het hier heel leuk, heel mooie kamers en supertof.

Öktem : we hebben elke dag gefietst, ik heb gekajakt en nog sporten.

Max : het is hier leuk en het eten is lekker.

Marius : ik zou willen dat het weer dinsdag is, dan begon het nog maar.

Kasper : het eten is hier lekker, de dagen vliegen voorbij, ik wou dat het langer duurde.

Jonas : het is hier mooi en heel leuk.

Basiel : het is hier heel leuk, we zijn al veel op uitstap geweest, het is heel lekker eten.

Armand : dag mama, papa en zus!

Thomas : het is hier super leuk en we hebben al veel sporten gedaan zoals zeilen.

Oscar : dit is de beste openluchtklas!

Leandro : bij het paardrijden was ik een beetje bang op Boy, maar alles is goed gegaan!

Lise : we doen veel leuke sporten zoals kajakken, ponyrijden, zeilen en veel fietsen.

Lauren : dit is de beste plattelandsklas van de hele wereld!

Ayla : lieve mama en papa, ik vind het hier leuk, ik wil hier niet weg, het eten is heel lekker en de kamers zijn supertof.

Elena : ik vind het hier heel erg tof, het eten is hier echt lekker en we doen leuke sporten.

Laura : het is hier leuk, we hebben al gezeild en ponygereden.

Marie : het is hier leuk, we hebben al veel sport gedaan maar ik mis toch de vrienden van thuis.

Sélomé : ’t is hier leuk maar de bedden zijn te hard.

Margot : het is hier leuk maar ik kreeg nog geen brief.

Lola : liefste mama en papa, ik vind het hier heel leuk en het eten is ook lekker, maar  ik mis jullie wel.

Louise : het is hier superleuk, het eten is meestal lekker.

Emma : ik vind het hier superleuk en het is tof dat we met vier op één kamers zijn.

Aïsha : ik vind het hier leuk en vooral de leuke uitstapjes die we maken

Zo, dat is ook weer gebeurd, zijn jullie er blij mee?
Er wordt hier heel wat afgedanst, morgen krijgen we ze niet wakker, maar dat zijn zorgen voor morgen.
Het was weer een goedgevulde, fijne en zeer zonnige dag.
Onderweg kreeg Dario een lekke band, een telefoontje naar ons centrum en binnen de drie minuten was de hersteldienst daar.
Dikke proficiat voor alle mensen van de Boerekreek,
We zullen deze plattelandsklas niet vlug vergeten.
Slaapwel en tot morgen.

DAGBOEK VAN EEN JUF OP HET PLATTELAND : DAG 2.

Het is 5u45 deze morgen, de eerste geluidshinder bereikt de kamer van juf Lieselot, Oei, dit is wel nog even te vroeg!
Geen probleem, dit is meer dan gebruikelijk de eerste morgen.
Het wordt stilaan half acht, tijd om ons te wassen en aan te kleden.
Acht uur, ontbijt. De kok verwelkomt ons somber en vertelt over het tragisch ongeval.
Wij zijn enorm onder de indruk, onze eigen zesde klas is pas terug . . .
Aan onze kindjes wordt niets verteld, zij moeten kunnen genieten van hun plattelandsklas.
Om negen uur staan we klaar om kennis te maken met onze sportmonitoren, de verwachtingen zijn hoog gespannen!
De drie groepen vertrekken, elk met een monitor en iemand van ons.
Ik ga eerst even langs het secretariaat en dan . . .  kamercontrole!
Ik had mijn kindjes vooraf verwittigd en ze doen echt hun best om nette kamers achter te laten.
Ze verdienen een dikke proficiat!
Gewapend met een fototoestel trek ik naar de paarden, er wordt druk gepoetst en door onze Armand gesnotterd (was rap over).
Dan op weg naar de dijk met zicht op de Boerekreek. Helblauwe kajaks klieven al door het water, heerlijk om te zien!
De zeilers staan nog rond een optimistje, beetje les volgen.
Rond elf uur komt meester Daniël aan en onze directeur is er ook bij.  Dat levert jullie, beste ouders, weer mooie foto’s op. Het was toch nog wat koud op het water. Na het opruimen van de bootjes is een warme douche heel erg welkom.
Honger!
Lekker soepje, aardappeltjes, appelmoes, vleesbrood en een eclair als toetje. Tijd voor de post. Jullie doen jullie best, toch zijn er nog veel kindjes zonder briefje, Dus komaan ouders, kruip in de pen.
Zo, nu weer op de fiets voor een bezoek aan het vlasbedrijf Boelens. De zon doet verwoede pogingen om door de mist te breken, stilaan lukt het haar. ’t Is boeiend, de kinderen zijn enthousiast. Zelfs meester Dries probeert boven  op de afvalberg van het vlas te geraken, plezier alom!
We fietsen terug naar ons verblijf en . . . Een sloeber presteert het om in de gracht te rijden, gelukkig vormen alle meesters in ons gezelschap een ketting om hem en zijn fiets er uit te halen. Niets erg gebeurd maar spelen op de fiets . . .  oei oei oei.
Het is nu acht uur, Jan en nog enkele collega’s zijn aangekomen.
Ik ga het dagboek afsluiten voor vandaag, mijn kindjes een slaapwelzoen geven en dan even een babbelke doen met mijn bezoek.
Tot morgen allemaal.

Dagboek van een juf op plattelandsklas: dag 1

Lieve oudertjes,

Het is nu 21u55, eindelijk even rust om dit dagboek te schrijven.
De kindjes liggen in bed en twee collega’s zorgen ervoor dat de rust neerdaalt over de Boerekreek.
Het was een gevulde dag, zonder klachten, met een dikke proficiat voor onze Selomé.
Na het middagmaal ( en dat was lekker : tomatensoep met balletjes, kalkoenlapje, boontjes en kroketjes, met chocoladepudding als dessert), vertrokken we allemaal met de fiets naar Watervliet.
Daar kregen we uitleg over hoogstammige en laagstammige fruitbomen, buxussen, snoeien en andere toestanden.
Dan weer zeven kilometer terug en aan tafel voor een bord nazi.
Onze kaartjes zijn geschreven en Jan (mijn echtgenoot) zal ze straks in Gent posten. Blijkbaar werkt de ophaaldienst hier maar twee keer in de week.
Dit was het voor vandaag, ben behoorlijk moe en zal vlug in de bedstee belanden.

Tot morgen !

Verhalen …

Super woman !

   Op een dag ging Super woman weer een zaak oplossen. Maar die zaak was moeilijker dan ze dacht. Want toen ze op de plaats kwam, was alles kapot. Al het bewijs was weg.

Toen ging ze undercover. Ze deed of ze een boef was en kwam de dief tegen op de ‘Miss dief van het jaar’-verkiezing. Ze pakte haar handboeien en pakte hem op. Hij vloog de cel in en zij won uiteraard de kroon!

Aïcha

___________________________________

Drakenland

    Hier heel ver vandaan was er een Drakenland, waar reusachtige draken leefden. Alle mensen waren bang van de draken. Ze waren echt zo groot en ze spuwden vuur.

Er waren ook verschillende draken: de pijlstaartdraak, de vuurdraak, de nageldraak, de huisdraak en zo voort.

De pijlstaartdraak die had een reusachtige staart en hij was zo krachtig. De vuurdraak spuwde vuur en die zag er heel eng uit. De nageldraak had scherpe klauwen en de huisdraak was heel erg lief.

Een Franse jongen had de huisdraak. Snoepy was de naam.

Einde                                      Marie Prové

___________________________________

Mopper

    Er was eens een jongetje dat Mopper heette, omdat hij altijd mopperde. Op een dag kwam Mopper bij Puk. Puk vroeg aan Mopper of hij wou voetballen. Mopper zei: “Ik haat voetbal.” “Wat wil jij dan wel spelen?” vroeg Mopper. Puk zei: “Hou jij van dieren?” “Ja, maar ik heb er de pest aan als iemand weet dat ik van dieren houd.” “Gaan we dan paardrijden?” zei Puk. “Ja!!” zei Mopper. “Kom we gaan”, zei Puk. Sindsdien gaan ze elke dag paardrijden.

Einde                                            Thomas Janssen

___________________________________

Scobbie, het super ‘alientje’

    Scobbie is een alien. Hij woont op planeet Zobrus. Scobbie wil graag een super alien worden, maar dat is moeilijk. Een super alien moet sterk zijn, dapper en voor niks of niemand bang zijn. Maar ja… Scobbie was wel een beetje bang . Maar hij vond zichzelf wel sterk. OK sterk, maar wel niet zo groot. Dus trainde en trainde hij tot het zijn oren uitkwam. Hij deed zijn cape aan, ging op een planeet staan en…. Sprong naar beneden. Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa boem!!!!! Hij landde op een andere planeet. Toen zei hij: “Ik zal nog lang moeten trainen voor ik een super alien word…”

Oscar Decorte

___________________________________

Fantasie

    Er was eens een heel klein boompje dat een beetje ziek was. Want hij kreeg niet genoeg water en had het veel te warm.

De mensen die dat boompje water zouden moeten geven, gaven dat niet. En op een dag was dat boompje bijna uitgedroogd.

Dag na dag kreeg het boompje geen water. Maar toen hoorde het boompje dat die mensen zouden verhuizen en daarom was dat boompje blij.

Want dat boompje dacht dat er betere mensen zouden komen. En ja, dat boompje had gelijk! Er kwamen mensen die goed voor het boompje zorgden en ze kreeg water genoeg.

Elena

___________________________________

De zeven kinderen

    Er waren eens zeven kinderen. Die kinderen heetten: Maan, Dins, Woens, Donder, Vrij, Zater en Zon.

Ze werden genoemd naar de dagen van de week. Dus  als het de dag was, waar je naar vernoemd werd, moest je niks doen. Niet afwassen, niet strijken, koken. Gewoon je zin doen.

Ze waren zeer rijk, maar op een dag was het geld op. De ouders waren woedend en stuurden de kinderen naar een kostschool.

De zeven kinderen schreeuwden super luid. Ze wilden helemaal niet naar een kostschool. Maar ja, wie wou nu wel zeven kinderen?

Opeens hoorden ze een bus toeteren. Mama zei:”Kijk, daar is de bus al.” Maar onze valiezen zijn nog niet gepakt.” “Snel, Maan, Dins, Woens, Donder, Vrij, Zater en Zon. Maak jullie valiezen snel!”  Mama rende de trap af en ging naar de buschauffeur. “Meneer, wilt u nog even wachten?” “Ja, tuurlijk.”

“Mama, we zijn klaar.” “Oké, lieverds, pak de lift maar en loop naar de bus. Wij komen zo.”

“Hallo meneer, waar moeten de valiezen?” “Vanachter in de koffer.” Oké, bedankt.” Eén ding wisten ze niet. Ze waren op de verkeerde bus gestapt. Want tegelijkertijd gingen de ouders naar Center Parcs.

De kinderen kwamen aan en zeiden één voor een: “ Woooooooooooooooooooooooooooooooow! Dit is echt de beste internaatschool ooit. Echt hé!”

“Kom, we gaan inchecken.”

Ondertussen bij de ouders, die aangekomen waren in de kostschool.

“Waaaaauw, nog nooit zo’n vuil hotelpark gezien. Alles is zwart. Er lopen alleen maar kinderen van 4-15jaar rond. Maar dan betekent het dat we op de kostschool zitten. Kom, we gaan kijken wanneer de eerstvolgende bus aankomt.”

Weer in Center Parcs.

“Ja, oké kinderen. Ik zal jullie tonen waar jullie hut is.” “Waaaaaaaaaaaaauw, deze hut is prachtig.” “Ja, dat is omdat jullie ouders jullie hier naartoe hebben gestuurd.”

“Kinderen, kinderen, eindelijk! Ik heb jullie gevonden. Dit hier is Center Parcs. Kom we gaan naar huis en de rest vertel ik later wel.

Emma

___________________________________

Jan, de monsterman

    Op een zonnige dag liep Jan in het bos. Hij kwam een grot tegen en ging in de grot. Hij zag een draak van wel twee huizen hoog!!! Jan liep naar zijn huis. Hij trok een ridderpak aan. Toen vocht Jan tegen de draak en won. Hij zag een schat en die schat was een meisje. En toen kuste Jan het meisje.

Toen was Jan, de monsterman, dood.

Jonas

___________________________________

Ik wou

    Ik wou dat ik een lego popje was. Dan zou ik…door de wereld van Starwars gaan en in een schip vliegen door het heelal en een Jedi zijn. Of in de wereld van Harry Potter. Dan zou ik in een vliegende auto zitten of in een griezelige bus en leren toveren in Zweinstein. Of op een bezem zitten of in lego city wonen.

Of in een vliegtuig vliegen en surfen. En barbecuen en op bezoek gaan bij het ruimtestation. Vissen. Of in de wereld van Ninjago. Dan zou ik op de rode draak vliegen en alle gouden wapens zoeken. Ik zou ze bewaken en in de vuurtempel wonen. Of naar de wonderlijke wereld van Jack Sparrow. Dan zou ik met Black  Pearl varen en zwaard vechten en boten kapen. Maar al die leuke dingen kunnen jammer genoeg niet.

Kasper

___________________________________

Don Quichot

    In een stad in La Mancha, waar ik de naam niet meer van weet, woont een oude man, Don Quichot.  Hij las zoveel boeken over ridders die woonden in grote kastelen en over tovenaars.

Op een dag besloot hij om dolende ridder te worden ( een gek die doet of hij een ridder is).  Hij vroeg aan zijn buurman Sancho Panza of hij zijn schildknaap wou zijn. Sancho zei ja, maar hij zei ook:’Op één voorwaarde, als  we een eiland in bezit nemen, dan wil ik gouverneur worden op dat eiland.’ Don Quichot was akkoord. Ze vertrokken de volgende dag.

Sancho vroeg aan Don Quichot: “Waar gaan we naartoe?” “Naar de reuzen van Alam. Ongeveer nog twee km van hier.” Ze liepen toen ze plotseling merkten dat het donker was. Ze zagen een herberg en besloten er te overnachten. Don Quichot zei tegen de herbergier: “Mogen we in uw herberg overnachten?” De volgende morgen vertrokken ze vroeg. Ze kwamen eindelijk aan bij hun bestemming. Ze zagen allemaal molens.

Don Quichot zei: “De duistere tovenaar is ons voor geweest.” Sancho schrok en sprong opzij. Don Quichot deed hetzelfde. Ze liepen weg uit twee kuddes schapen. Don Quichot zei:”Dat zijn de broeders Mala. Ze vechten om de macht.” “Maar het zijn twee kuddes schapen”, zei Sancho . “Het is de duistere tovenaar die het zo laat lijken!” Nadat de twee kuddes weg waren, gingen ze verder tot er plotseling een dollende ridder Don Quichot uitdaagde.

Don Quichot nam de uitdaging aan. De twee ruiters stormden op elkaar af. De onbekende ridder sloeg met zijn lans op Don Quichot zijn hoofd. Maar net op het nippertje hield Don zijn schild omhoog. Toen stormden ze opnieuw op mekaar af. Don Quichot sloeg dit keer raak op de onbekende ridder. De onbekende viel van zijn paard dood op de grond.

Don Quichot had zoveel lol dat hij elke ridder uitdaagde. Steeds won hij, tot opeens hij zo beroemd was dat hij aan een tornooi op leven en dood mocht mee doen.

Sancho zei: “Dat is veel te gevaarlijk.” “Dat is het niet!”  Ze kwamen aan en zagen allemaal ridders . Eentje viel het meeste op. Hij had alle wapens en tien bedienden. Zijn naam was ook bekend. Hij noemde zichzelf Duistere heer.

In de halve finale raakte Don Quichot gewond, maar hij won toch op het nippertje. Nu moest hij tegen de Duistere heer in de finale. Toen begon het. De Duistere heer had een knuppel en een schild. Don Quichot een zwaard en schild. De Duistere heer kwam in galop af op Don Quichot. Het duurde een half uur en Don Quichot wou opgeven, want hij had geen schijn van kans. Hij riep: “Ik geef op!” Maar toen lette hij niet meer op de Duistere heer die nu een lans had. Hij stak Don Quichot dood.

Dario

___________________________________

Iedereen ging dood

    Op een doodgewone dag in Fukuschima.

Mensen die shoppen, in de klas zitten en TV kijken. Tot een grote aardbeving losbrak en alle gebouwen vielen. Je zag mensen die onder een gebouw belandden. Ze riepen allemaal AAAAAAAAAAAA. Alsof dat nog niet genoeg was, brak er ook een super grote tsunami los van wel vier meter hoog.

“We gaan allemaal dood.” En dat was ook zo. Behalve twee mensen: Arthur en Mieke. Weet je wat ze aten? Rauwe vis, want ze hadden geen vuur. Zo duurde dat tien jaar. In die tijd hadden ze een drijvende hut gebouwd.

Ze leefden nog lang en gelukkig…

Nee.

Arthur ging dood.

Mieke kon dat maar even volhouden, maar toen niet meer. Ze nam een mes, sneed haar buik open en haar hoofd eraf.

“Oef! Het was maar een droom”, zei Mieke. Ze ging naar beneden en AAA de grond was nat.

Oef! Dat was ook maar een droom.

Ha, nu is het gedaan. Hopelijk.

Ayla

___________________________________

Verdwaald

    Op een dag was een clown, Pipo genaamd, met zijn vrienden in het bos gaan wandelen.

Dat was tof, maar opeens zei Jakob:”Waar zijn we eigenlijk? Ik ben hier nog nooit geweest.”

“Ja, dat is waar, ik ken dit bos normaal wel. Maar dit deel niet”, zei Piet.

“O, het is niet waar. We zijn verdwaald!”

Toen zei een ander: “O, tof, kampvuur!” “Maar we hebben niet eens een kamp”, zei Mira.

“Dan moeten we er één bouwen” zei Pipo, de clown.

Toen het kamp klaar was, maakten ze het kampvuur. Dat was lekker warm.

Daarna moesten ze gaan slapen. Ze wilden niet, maar het moest.

De volgende ochtend om 8 uur stonden ze op.

Dan zagen ze een man met een lange baard.

Karen vroeg: “Hoe heet jij?” “Ik heet Bert en ik ben de boswachter. Voor ik het vergeet, wat doen jullie hier?”

“We zijn verdwaald”, zei Karen.

“O, waar wonen jullie?” “Wij werken in een circus”, antwoordde Jakob.

“Is het in het circus Malito”? vroeg de boswachter. “Ja, dat is het.”

“O, ik kan jullie er naartoe brengen.””Dat zou tof zijn” zei Mieke.

“Dan komen we toch terug thuis. Ik was al bang van niet.”, zei Karen. Daarna bedankten ze de boswachter.

De volgende dag kwamen ze ’s avonds thuis.

O, wat was de directeur boos.

Nu moesten ze heel het circus mooi kuisen. Dat vonden ze helemaal niet leuk!

Daarna gingen ze weer aan het werk. Iedereen zei: “Dat was me een avontuur.” Ze zullen dat nooit vergeten.

En later werden ze kampioen circusartiesten. Ze leerden nog tot hun 99 jaar.

Louise

___________________________________

De legende van de dwergen

    Heel heel heel lang geleden was er een dwerg. Iedereen noemde hem “de oude wijze”.

Op een dag was de oude wijze gestorven door Joerie, de dwerg. Geen enkele dwerg was blij. Alleen Joerie. Die was heel gelukkig.

Daarom namen de andere dwergen wraak op Joerie. Maar Joerie zei: “Als jullie aanvallen, maak ik de dwergendiamant stuk”.

De andere dwergen zeiden: “Hij kan dat niet zonder het zwaard van de oude wijze. Wij moeten zorgen dat hij het zwaard niet krijgt.” Iedereen was akkoord. Maar Joerie gaf het niet op.

Dus ging hij stiekem in de kamer van de oude wijze, pakte het zwaard en ging op avontuur.

Maar de andere dwergen achtervolgden hem. Joerie wist dat de andere dwergen hem volgden, dus zette hij een val.

De andere dwergen liepen in de val. Dan zei een dwerg: “Waarom gebruiken we onze mutsen niet om te kunnen zweven. Zo geraken we uit de val.” En ja, ze waren uit de val geraakt.

Zo had Joerie meer tijd. Hij ging in het ‘moeras des levens ‘ en zag een spoor van een wolf. Dus rende hij vlug uit het  ‘moeras des levens’.

Hij was moe, dus sliep hij in een bloem om uit te rusten. Toen kon Joerie weer op pad. De andere dwergen zaten hem nog steeds op de hielen. Toen zagen ze de voetsporen van Joerie in het moeras.

Dan gebeurde er iets raars. Er kwam een tsunami aan en de dwergen gebruikten hun opgeblazen bootje om te kunnen drijven op het water. Maar Dikkie de dwerg had zijn opgeblazen bootje niet nodig.

Joerie kwam op de gevaarlijkste plek van het avontuur. Hij kwam in de drakenwereld.

De andere dwergen zaten ook al in de drakenwereld.

Er was overal vuur. Maar ze hadden het vuur geblust en hadden Joerie gevonden.  Ze hebben hem de kattenstraf gegeven.

Oktem

2 februari 2012

SCHAATSEN.

   We zijn gaan schaatsen met vier, vijf en zes.

Ik was bang want ik kon nog niet schaatsen.
Toen ik mijn eerste stap zette was het ijs nog glad.
Ik was gewoon aan ’t glijden en opeens kon ik schaatsen.

En ik ben nul keer gevallen!

MARGOT.

    Het schaatsen was leuk, maar wel vermoeiend.
Eerst moesten we een kleine wandeling maken, dat was best leuk.

Ikzelf kon in het begin nog niet zo goed schaatsen,

maar dan ging het beter en beter.

Het was wel moeilijk omdat er hier en daar bobbels lagen,

daar ben ik één keer over gevallen, dat deed wel wat pijn.

In totaal ben ik drie keer gevallen, dat was niet zo leuk.

Er waren ook veel mensen die heel snel gingen en die hielden

geen rekening met kleine kinderen.

Er waren ook kinderen die veel duwden, dat was ook niet zo tof.

Het was ook niet zo koud als ik dacht.
We hebben wel plezier gemaakt en daarom ben ik blij dat ik kon meegaan.

LOUISE.

WINTERDROOM.

   Het is dinsdag, 20 december, we gaan schaatsen.

We kwamen aan en begonnen al direct onze schoenen te wisselen.
Toen we klaar waren mochten we het ijs op.

Er waren veel kinderen op het ijs, er waren veel ongelukken

en we zagen overal attracties.

Na een tijdje mochten we het ijs af.

We hadden geld mee en mochten dingetjes kopen, zoals popcorn,

suikerspin, oliebollen of een appel met glazuur.

Dan gingen we terug naar school langs het Citadelpark en we zongen een liedje.
Toen we aankwamen was het tijd om naar huis te gaan

en dat was het voor die dag!

LAURA.

 

 

    Op dinsdag 20 december 2011 zijn we naar winterdroom geweest.
Toen ik aankwam zag ik al veel attracties : wild mouse, spiegelpaleis

en het reuzenrad.

Maar we gingen meteen naar de leukste attractie : de ijspiste.
Ik kon niet wachten!

Het was wel even wennen met mijn schaatsen.
Na een paar minuten werd het echt wel leuk.
Na het schaatsen heb ik nog iets gekocht.
Bijna iedereen kocht hetzelfde, spaanse chiros.

Ik heb het ook eens geprobeerd en ik vond het echt lekker.
Ik kocht ook nog een drankje.
Toen was het tijd om weg te gaan.
Tijdens het stappen spraken we af, want we willen zeker nog eens terug!

AÏSHA.

 

 

   Winterdroom is winterplezier op het Sint-Pietersplein in Gent.

Winterdroom staat bekend voor het mooie, grote reuzenrad.

Dat rad is55 meterhoog en het heeft 30.000 lichtjes en 42 zitbakjes.

Je kan schaatsen op een schaatspiste.
De palen op de piste zijn beschermd met een soort mousse om

geen pijn te hebben bij een botsing met een paal.

Op winterdroom kan je ook lekker smullen en iets drinken.

Je vindt er ook attracties zoals de wild mouse,

Dan zit je in een karretje dat op en neer en wild heen en weer draait.
Winterdroom kan je bezoeken tot na de kerstvakantie.
Bij mij thuis kan je het reuzenrad zien vanuit het raam.

’s Avonds is dit héél mooi verlicht en zien we het rad draaien.

Ik ben er zelf al geweest en ik kan je zeker aanraden om er heen te gaan!

JONAS.

DE KINDERBOERDERIJ.

We gingen met de bus naar de Campagne in Drongen.
Eerst deden we allemaal opdrachtjes, zoals : diertjes zoeken in d composthoop, aan kruiden ruiken en ze herkennen, met een wiel draaien om te kijken wat een plant nodig heeft, zoeken naar groenten in de moestuin,  . . .
We kuisten groenten voor de soep: prei, wortel, selder, ajuin, . . .
De kinderen die de pony hadden gekozen stelden hun dier voor en dan mochten we op de pony rijden.
Rond de middag aten we ons lunchpakket op samen met de lekkere soep.
Daarna werden alle dieren voorgesteld door de verschillende groepjes : de koe, de ezel, de kippen die we eten mochten geven, de geit waar we eten mochten geven en melk drinken van haar uier, het schaap dat we ook eten mochten geven, het varken en tot slot het konijn, die hebben we vastgepakt.
We deden nog een klein quizje . . . En dan zat de dag erop.
Ik vond deze dag op de boerderij super leuk.

    THOMAS.

_______________

We waren naar de boerderij geweest met gans de klas.
We hadden elk een dier om voor te stellen.
Lauren, Elena en ik hadden het konijn.
Er waren nog varkens, kippen, koeien, ezels, paarden, geiten en schapen.
We mochten op een paard rijden, dat vond ik het allerleukste.
In de voormiddag hadden we opdrachtjes.
We mochten soep maken en de soep was heel lekker.
Lauren, Elena en ik mochten de konijnen naar de kinderen brengen.
We hebben de konijnen eten gegeven, dat was wel met gans de klas.
We dronken ook nog warme chocolademelk.
Aan het einde deden we nog een quiz.

   SELOME.

_______________

Het was echt super tof !
Iedereen mocht in de moestuin, er waren verschillende opdrachtjes,  zoals diertjes zoeken in de composthoop en kijken wat er nog staat in de moestuin.
Er was ook een opdracht waar je mocht ruiken aan kruiden.
Verder was er een opdracht waar je aan een wiel mocht draaien en dan kon je zien wat een plant allemaal nodig heeft om te groeien.
Daarna zijn we naar het lokaaltje geweest om soep te maken, die mochten we opdrinken bij de boterhammen.
In de namiddag mochten we in groepjes een dier voorstellen (dit hadden we in de klas al voorbereid) en het was tof !
Er waren koeien, schapen, geiten, kippen, konijnen, ezels, pony’s en ook een varken.
Daarna speelden we nog een quiz en toen moesten we alweer terug naar school.
Jammer, ik zou best nog eens terug willen.

   OSCAR.

_______________

We kwamen aan. We gingen eerst naar het klasje, daar moesten we onze rugzakken zetten.
Toen gaf de boer uitleg en dan kwam de boerin met twee manden, één voor brood en één voor groenteresten.
Dan gingen we met de boer naar de moestuin, daar moesten we opdrachtjes doen.
Je moest aan kruiden ruiken en je mocht ook proeven, dan moest je weten welk kruid het was.
Je moest kijken welke groenten er nog waren.
Dan moest je naar de composthoop om beestjes te vinden.
Als laatste opdracht aan een wiel draaien en dan kwam er iets naar boven.
Toen moesten een paar kinderen groeten plukken voor de soep.
Aan elke tafel werden er twee uien, één prei, één wortel en een selder gesneden.
Dan mochten we spelen en daarna gingen we eten.
Toen moest het groepje van de pony over de pony praten en daarna mocht iedereen op de pony rijden.
Dan was het de beurt aan mijn groep, over de koe.
Ons groepje mocht in de stal van de koe, het was nog een kalfje en we mochten het melk geven.
Daarna sprak een groepje over de ezel en ze gaven hem eten, dan mochten we allemaal bij de ezel.
Dan was het de beurt aan de kip.
De kip stond op het hoofd van Armand, op de schouder van Lise en in de handen van Leandro.
Dan was het aan het groepje van de geit.
Iedereen mocht melk uit de uier in zijn mond spuiten.
Dan was het de beurt aan het schaap.
We mochten schapen gaan voederen.
Het groepje van het varken moest met brood achter het hek van het weitje gaan staan, toen kwam het varken Rosa en ze at alles op.
Het laatste dier was het konijn.
Er zaten konijnen in bakjes en iedereen mocht ze aaien.

   MARIUS.

_______________

Ik vond het gezellig op de boerderij.
En ik vond de boer en de boerin ook heel lief.
In de boerderij bevinden zich : de boer, de boerin, het varken, de koe, het paard, de ezel, de kip, het schaap, de geit, het konijn en de haan.
Ik vond de duiven erg grappig.
We gaven ook brood aan de kippen en we zaten opgesloten in de kooi.
We hebben ook soep gemaakt met verse groentjes uit de moestuin.
We hebben warme chocolademelk gedronken, samen met ons koekje.
We hebben ook op de pony gereden.
En op het einde hebben we een quiz gespeeld.

   MAX.

11 december 2011

RARARA . . . WIE BEN IK ?

Luipaarden zitten tussen mijn lievelingsdieren

Everzwijn vind ik heel lekker

Abnormaal ben ik niet, maar raar wel

Nederlands spreken kan ik goed, Italiaans minder

Dromer, dat zeiden ze altijd in eerste en tweede
……………………………………………………………leerjaar

Rio vind ik een mooie film

Orka’s zijn mijn lievelingszeedieren.

__________________________________

 

Eerlijk ben ik meestal

Mailen is mijn ding

Musea vind ik niet leuk

Aardbeien lust ik graag.

__________________________________

 

Denksport doe ik graag

Apen zijn mijn lievelingsdieren

Ruzie, daar houd ik niet van

Iemand zou ik zijn, maar wie

Ook dat weet ik zelf niet.

__________________________________

 

Beroemd ben ik niet

Actief en sportief

Sporten is mijn ding

Intelligent als een professor

Een goed hart

Licht appelblauwzeegroen zie ik graag.
__________________________________

Met een beetje denken en puzzelen kan je de
juiste foto bij het juiste tekstje plaatsen …
Veel plezier !
__________________________________

            
__________________________________

27 november 2011

ONZE SPORTDAG.

Het is maandag 5 september, de bus kwam en we gingen naar Puyenbroeck voor onze sportdag. De eerste sport was circustechnieken. Ik was bang om van de stelten te vallen. Daarna is het mij gelukt om een bord te laten draaien.
De tweede sport was zelfverdediging, die juffrouw vond ik streng. Maar we hebben toffe dingen gedaan zoals : op handen en voeten lopen, elkaar op de grond duwen met de schouders, elkaars handen wegtrekken, . . .
De derde sport was trikke. Dat was moeilijk! Je moet je benen en het stuur tegelijkertijd bewegen.
De vierde en laatste sport was klimmen. Dat was het tofste van allemaal.
Ik ben zo vaak als ik mocht teruggegaan. Ik kijk nu al uit naar de volgende sportdag.
AYLA.
_______________

Eerst moesten we een heel eind in de bus zitten. Als eerste sport deden we circus, dat vond ik gemakkelijk, wat ik niet kon was jongleren.
Daarna was het pauze en dan deden we zelfverdediging, dat vond ik gemakkelijk. Dan was het middagpauze en mochten we spelen.
Toen mochten we op de trikke en daar snapte ik niets van, na een tijdje ging het beter. Na de pauze gingen we muur klimmen. Daarvoor moesten we iets speciaals aandoen. Als ik gewoon keek leek het niet hoog, maar wel van boven.
Hopelijk komen er nog meer zulke leuke uitstappen.
KASPER.
_______________

Om 8u20 vertrekken we met de bus op sportdag. We beginnen met de binnensporten. Eerst was het circus, het leukste was op de bal lopen.
Dan zelfverdediging, dat was een soort judo. Daarna was het middagmaal, als drankje had ik sprite. Dan kwamen de buitensporten.
Eerst trikke, dat was in het begin moeilijk maar daarna wist ik hoe het moest. En dan het leukste : muur klimmen. Je werd aan een touw gehangen en dan een hoge muur omhoog!
Ik kijk al uit naar volgend jaar.
BEREND.
________________

Op maandag 5 september zijn we op sportdag geweest met de hele school.
De eerste sport was circustechnieken, daar moesten we op een ton lopen en met een bordje op een stok draaien.
De tweede sport was zelfverdediging, daar moesten we in pomphouding staan en elkaars handen wegtrekken. Daarna gingen we eten, als drankje had ik plat water.
De derde sport was trikke, dat is een step met twee benen. De laatste sport was muur klimmen en dat vond ik zelf het leukst.
Het was een leuke sportdag.
LOLA.

16 september 2011