Super woman !
Op een dag ging Super woman weer een zaak oplossen. Maar die zaak was moeilijker dan ze dacht. Want toen ze op de plaats kwam, was alles kapot. Al het bewijs was weg.
Toen ging ze undercover. Ze deed of ze een boef was en kwam de dief tegen op de ‘Miss dief van het jaar’-verkiezing. Ze pakte haar handboeien en pakte hem op. Hij vloog de cel in en zij won uiteraard de kroon!
Aïcha
___________________________________
Drakenland
Hier heel ver vandaan was er een Drakenland, waar reusachtige draken leefden. Alle mensen waren bang van de draken. Ze waren echt zo groot en ze spuwden vuur.
Er waren ook verschillende draken: de pijlstaartdraak, de vuurdraak, de nageldraak, de huisdraak en zo voort.
De pijlstaartdraak die had een reusachtige staart en hij was zo krachtig. De vuurdraak spuwde vuur en die zag er heel eng uit. De nageldraak had scherpe klauwen en de huisdraak was heel erg lief.
Een Franse jongen had de huisdraak. Snoepy was de naam.
Einde Marie Prové
___________________________________
Mopper
Er was eens een jongetje dat Mopper heette, omdat hij altijd mopperde. Op een dag kwam Mopper bij Puk. Puk vroeg aan Mopper of hij wou voetballen. Mopper zei: “Ik haat voetbal.” “Wat wil jij dan wel spelen?” vroeg Mopper. Puk zei: “Hou jij van dieren?” “Ja, maar ik heb er de pest aan als iemand weet dat ik van dieren houd.” “Gaan we dan paardrijden?” zei Puk. “Ja!!” zei Mopper. “Kom we gaan”, zei Puk. Sindsdien gaan ze elke dag paardrijden.
Einde Thomas Janssen
___________________________________
Scobbie, het super ‘alientje’
Scobbie is een alien. Hij woont op planeet Zobrus. Scobbie wil graag een super alien worden, maar dat is moeilijk. Een super alien moet sterk zijn, dapper en voor niks of niemand bang zijn. Maar ja… Scobbie was wel een beetje bang . Maar hij vond zichzelf wel sterk. OK sterk, maar wel niet zo groot. Dus trainde en trainde hij tot het zijn oren uitkwam. Hij deed zijn cape aan, ging op een planeet staan en…. Sprong naar beneden. Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa boem!!!!! Hij landde op een andere planeet. Toen zei hij: “Ik zal nog lang moeten trainen voor ik een super alien word…”
Oscar Decorte
___________________________________
Fantasie
Er was eens een heel klein boompje dat een beetje ziek was. Want hij kreeg niet genoeg water en had het veel te warm.
De mensen die dat boompje water zouden moeten geven, gaven dat niet. En op een dag was dat boompje bijna uitgedroogd.
Dag na dag kreeg het boompje geen water. Maar toen hoorde het boompje dat die mensen zouden verhuizen en daarom was dat boompje blij.
Want dat boompje dacht dat er betere mensen zouden komen. En ja, dat boompje had gelijk! Er kwamen mensen die goed voor het boompje zorgden en ze kreeg water genoeg.
Elena
___________________________________
De zeven kinderen
Er waren eens zeven kinderen. Die kinderen heetten: Maan, Dins, Woens, Donder, Vrij, Zater en Zon.
Ze werden genoemd naar de dagen van de week. Dus als het de dag was, waar je naar vernoemd werd, moest je niks doen. Niet afwassen, niet strijken, koken. Gewoon je zin doen.
Ze waren zeer rijk, maar op een dag was het geld op. De ouders waren woedend en stuurden de kinderen naar een kostschool.
De zeven kinderen schreeuwden super luid. Ze wilden helemaal niet naar een kostschool. Maar ja, wie wou nu wel zeven kinderen?
Opeens hoorden ze een bus toeteren. Mama zei:”Kijk, daar is de bus al.” Maar onze valiezen zijn nog niet gepakt.” “Snel, Maan, Dins, Woens, Donder, Vrij, Zater en Zon. Maak jullie valiezen snel!” Mama rende de trap af en ging naar de buschauffeur. “Meneer, wilt u nog even wachten?” “Ja, tuurlijk.”
“Mama, we zijn klaar.” “Oké, lieverds, pak de lift maar en loop naar de bus. Wij komen zo.”
“Hallo meneer, waar moeten de valiezen?” “Vanachter in de koffer.” Oké, bedankt.” Eén ding wisten ze niet. Ze waren op de verkeerde bus gestapt. Want tegelijkertijd gingen de ouders naar Center Parcs.
De kinderen kwamen aan en zeiden één voor een: “ Woooooooooooooooooooooooooooooooow! Dit is echt de beste internaatschool ooit. Echt hé!”
“Kom, we gaan inchecken.”
Ondertussen bij de ouders, die aangekomen waren in de kostschool.
“Waaaaauw, nog nooit zo’n vuil hotelpark gezien. Alles is zwart. Er lopen alleen maar kinderen van 4-15jaar rond. Maar dan betekent het dat we op de kostschool zitten. Kom, we gaan kijken wanneer de eerstvolgende bus aankomt.”
Weer in Center Parcs.
“Ja, oké kinderen. Ik zal jullie tonen waar jullie hut is.” “Waaaaaaaaaaaaauw, deze hut is prachtig.” “Ja, dat is omdat jullie ouders jullie hier naartoe hebben gestuurd.”
“Kinderen, kinderen, eindelijk! Ik heb jullie gevonden. Dit hier is Center Parcs. Kom we gaan naar huis en de rest vertel ik later wel.
Emma
___________________________________
Jan, de monsterman
Op een zonnige dag liep Jan in het bos. Hij kwam een grot tegen en ging in de grot. Hij zag een draak van wel twee huizen hoog!!! Jan liep naar zijn huis. Hij trok een ridderpak aan. Toen vocht Jan tegen de draak en won. Hij zag een schat en die schat was een meisje. En toen kuste Jan het meisje.
Toen was Jan, de monsterman, dood.
Jonas
___________________________________
Ik wou
Ik wou dat ik een lego popje was. Dan zou ik…door de wereld van Starwars gaan en in een schip vliegen door het heelal en een Jedi zijn. Of in de wereld van Harry Potter. Dan zou ik in een vliegende auto zitten of in een griezelige bus en leren toveren in Zweinstein. Of op een bezem zitten of in lego city wonen.
Of in een vliegtuig vliegen en surfen. En barbecuen en op bezoek gaan bij het ruimtestation. Vissen. Of in de wereld van Ninjago. Dan zou ik op de rode draak vliegen en alle gouden wapens zoeken. Ik zou ze bewaken en in de vuurtempel wonen. Of naar de wonderlijke wereld van Jack Sparrow. Dan zou ik met Black Pearl varen en zwaard vechten en boten kapen. Maar al die leuke dingen kunnen jammer genoeg niet.
Kasper
___________________________________
Don Quichot
In een stad in La Mancha, waar ik de naam niet meer van weet, woont een oude man, Don Quichot. Hij las zoveel boeken over ridders die woonden in grote kastelen en over tovenaars.
Op een dag besloot hij om dolende ridder te worden ( een gek die doet of hij een ridder is). Hij vroeg aan zijn buurman Sancho Panza of hij zijn schildknaap wou zijn. Sancho zei ja, maar hij zei ook:’Op één voorwaarde, als we een eiland in bezit nemen, dan wil ik gouverneur worden op dat eiland.’ Don Quichot was akkoord. Ze vertrokken de volgende dag.
Sancho vroeg aan Don Quichot: “Waar gaan we naartoe?” “Naar de reuzen van Alam. Ongeveer nog twee km van hier.” Ze liepen toen ze plotseling merkten dat het donker was. Ze zagen een herberg en besloten er te overnachten. Don Quichot zei tegen de herbergier: “Mogen we in uw herberg overnachten?” De volgende morgen vertrokken ze vroeg. Ze kwamen eindelijk aan bij hun bestemming. Ze zagen allemaal molens.
Don Quichot zei: “De duistere tovenaar is ons voor geweest.” Sancho schrok en sprong opzij. Don Quichot deed hetzelfde. Ze liepen weg uit twee kuddes schapen. Don Quichot zei:”Dat zijn de broeders Mala. Ze vechten om de macht.” “Maar het zijn twee kuddes schapen”, zei Sancho . “Het is de duistere tovenaar die het zo laat lijken!” Nadat de twee kuddes weg waren, gingen ze verder tot er plotseling een dollende ridder Don Quichot uitdaagde.
Don Quichot nam de uitdaging aan. De twee ruiters stormden op elkaar af. De onbekende ridder sloeg met zijn lans op Don Quichot zijn hoofd. Maar net op het nippertje hield Don zijn schild omhoog. Toen stormden ze opnieuw op mekaar af. Don Quichot sloeg dit keer raak op de onbekende ridder. De onbekende viel van zijn paard dood op de grond.
Don Quichot had zoveel lol dat hij elke ridder uitdaagde. Steeds won hij, tot opeens hij zo beroemd was dat hij aan een tornooi op leven en dood mocht mee doen.
Sancho zei: “Dat is veel te gevaarlijk.” “Dat is het niet!” Ze kwamen aan en zagen allemaal ridders . Eentje viel het meeste op. Hij had alle wapens en tien bedienden. Zijn naam was ook bekend. Hij noemde zichzelf Duistere heer.
In de halve finale raakte Don Quichot gewond, maar hij won toch op het nippertje. Nu moest hij tegen de Duistere heer in de finale. Toen begon het. De Duistere heer had een knuppel en een schild. Don Quichot een zwaard en schild. De Duistere heer kwam in galop af op Don Quichot. Het duurde een half uur en Don Quichot wou opgeven, want hij had geen schijn van kans. Hij riep: “Ik geef op!” Maar toen lette hij niet meer op de Duistere heer die nu een lans had. Hij stak Don Quichot dood.
Dario
___________________________________
Iedereen ging dood
Op een doodgewone dag in Fukuschima.
Mensen die shoppen, in de klas zitten en TV kijken. Tot een grote aardbeving losbrak en alle gebouwen vielen. Je zag mensen die onder een gebouw belandden. Ze riepen allemaal AAAAAAAAAAAA. Alsof dat nog niet genoeg was, brak er ook een super grote tsunami los van wel vier meter hoog.
“We gaan allemaal dood.” En dat was ook zo. Behalve twee mensen: Arthur en Mieke. Weet je wat ze aten? Rauwe vis, want ze hadden geen vuur. Zo duurde dat tien jaar. In die tijd hadden ze een drijvende hut gebouwd.
Ze leefden nog lang en gelukkig…
Nee.
Arthur ging dood.
Mieke kon dat maar even volhouden, maar toen niet meer. Ze nam een mes, sneed haar buik open en haar hoofd eraf.
“Oef! Het was maar een droom”, zei Mieke. Ze ging naar beneden en AAA de grond was nat.
Oef! Dat was ook maar een droom.
Ha, nu is het gedaan. Hopelijk.
Ayla
___________________________________
Verdwaald
Op een dag was een clown, Pipo genaamd, met zijn vrienden in het bos gaan wandelen.
Dat was tof, maar opeens zei Jakob:”Waar zijn we eigenlijk? Ik ben hier nog nooit geweest.”
“Ja, dat is waar, ik ken dit bos normaal wel. Maar dit deel niet”, zei Piet.
“O, het is niet waar. We zijn verdwaald!”
Toen zei een ander: “O, tof, kampvuur!” “Maar we hebben niet eens een kamp”, zei Mira.
“Dan moeten we er één bouwen” zei Pipo, de clown.
Toen het kamp klaar was, maakten ze het kampvuur. Dat was lekker warm.
Daarna moesten ze gaan slapen. Ze wilden niet, maar het moest.
De volgende ochtend om 8 uur stonden ze op.
Dan zagen ze een man met een lange baard.
Karen vroeg: “Hoe heet jij?” “Ik heet Bert en ik ben de boswachter. Voor ik het vergeet, wat doen jullie hier?”
“We zijn verdwaald”, zei Karen.
“O, waar wonen jullie?” “Wij werken in een circus”, antwoordde Jakob.
“Is het in het circus Malito”? vroeg de boswachter. “Ja, dat is het.”
“O, ik kan jullie er naartoe brengen.””Dat zou tof zijn” zei Mieke.
“Dan komen we toch terug thuis. Ik was al bang van niet.”, zei Karen. Daarna bedankten ze de boswachter.
De volgende dag kwamen ze ’s avonds thuis.
O, wat was de directeur boos.
Nu moesten ze heel het circus mooi kuisen. Dat vonden ze helemaal niet leuk!
Daarna gingen ze weer aan het werk. Iedereen zei: “Dat was me een avontuur.” Ze zullen dat nooit vergeten.
En later werden ze kampioen circusartiesten. Ze leerden nog tot hun 99 jaar.
Louise
___________________________________
De legende van de dwergen
Heel heel heel lang geleden was er een dwerg. Iedereen noemde hem “de oude wijze”.
Op een dag was de oude wijze gestorven door Joerie, de dwerg. Geen enkele dwerg was blij. Alleen Joerie. Die was heel gelukkig.
Daarom namen de andere dwergen wraak op Joerie. Maar Joerie zei: “Als jullie aanvallen, maak ik de dwergendiamant stuk”.
De andere dwergen zeiden: “Hij kan dat niet zonder het zwaard van de oude wijze. Wij moeten zorgen dat hij het zwaard niet krijgt.” Iedereen was akkoord. Maar Joerie gaf het niet op.
Dus ging hij stiekem in de kamer van de oude wijze, pakte het zwaard en ging op avontuur.
Maar de andere dwergen achtervolgden hem. Joerie wist dat de andere dwergen hem volgden, dus zette hij een val.
De andere dwergen liepen in de val. Dan zei een dwerg: “Waarom gebruiken we onze mutsen niet om te kunnen zweven. Zo geraken we uit de val.” En ja, ze waren uit de val geraakt.
Zo had Joerie meer tijd. Hij ging in het ‘moeras des levens ‘ en zag een spoor van een wolf. Dus rende hij vlug uit het ‘moeras des levens’.
Hij was moe, dus sliep hij in een bloem om uit te rusten. Toen kon Joerie weer op pad. De andere dwergen zaten hem nog steeds op de hielen. Toen zagen ze de voetsporen van Joerie in het moeras.
Dan gebeurde er iets raars. Er kwam een tsunami aan en de dwergen gebruikten hun opgeblazen bootje om te kunnen drijven op het water. Maar Dikkie de dwerg had zijn opgeblazen bootje niet nodig.
Joerie kwam op de gevaarlijkste plek van het avontuur. Hij kwam in de drakenwereld.
De andere dwergen zaten ook al in de drakenwereld.
Er was overal vuur. Maar ze hadden het vuur geblust en hadden Joerie gevonden. Ze hebben hem de kattenstraf gegeven.
Oktem
2 februari 2012